Skip to main content

Archief van Jac. P. Thijsse

 Fonds
Identifier: UBA534

Scope and Contents

Onder de afdeling 'Persoonlijk leven' zijn stukken opgenomen die op Thijsse als persoon betrekking hebben (akten van bekwaamheid als onderwijzer, identiteitspapieren) en stukken van familieleden en zijn vrouw (dagboeken, kasboek, ingekomen brieven). Onder de afdeling 'Openbaar leven' bevinden zich de stukken over Thijsses activiteiten als natuuronderzoeker, natuurbeschermer en leraar. Hieronder vallen onder andere correspondentie, natuurdagboeken, schetsboeken, stukken over publicaties en stukken over jubilea en ontvangen eerbewijzen. Het archief bevat tevens enkele foto's en voorwerpen.

Dates

  • 1847-1989
  • Majority of material found within 1868-1945

Creator

Language of Materials

Nederlands

Conditions Governing Access

Voor raadpleging is een bezoekers- of lenerspas van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam vereist.

Conditions Governing Use

Bij raadpleging is het Reglement voor de gebruikers van de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam van toepassing. Reproductie en reproductierechtvergoedingen conform de Tarieven en Diensten Universiteit van Amsterdam.

Het materiaal wordt alleen ter inzage gegeven.

Biographical / Historical

Jacobus Pieter (roepnaam Ko) Thijsse werd in 1865 in Maastricht geboren en woonde vanaf 1878 in Amsterdam. In de tussenliggende jaren woonde hij in Grave en Woerden. Als kind raakte hij gefascineerd door de natuur om hem heen. Op de verschillende plaatsen waar hij woonde verkende hij het hei-, polder- en rivierenland.

In 1879-1883 volgde Thijsse de kweekschool in Amsterdam waar hij de akte voor hulponderwijzer lager onderwijs behaalde. In 1885-1888 behaalde hij de akten Frans, hoofdonderwijzer, Engels en Duits. Tot 1902 werkte hij op verscheidene scholen in Amsterdam, in 1890-1892 als hoofd op een school met uitgebreid leerplan op Texel. In 1902 werd hij leraar Kennis der Natuur aan de kweekschool waar hij zelf was opgeleid. Datzelfde jaar verhuisde hij naar Bloemendaal vanwege de gezondheid van een van zijn beide zoons, mogelijk ook vanwege zijn eigen gezondheid. In 1900-1901 leed Thijsse aan pleuritis waardoor hij het gebruik van een long moest missen en moest oppassen zich niet al te zeer in te spannen.

In 1921 respectievelijk 1922 werd hij leraar biologie aan het Kennemer Lyceum en de middelbare meisjesschool '’t Kopje' in zijn woonplaats. Hij bleef op beide scholen werken tot zijn pensionering in 1930.

Thijsse probeerde zijn leerlingen enthousiast te maken voor de natuur. Hij besteedde daarom veel tijd aan het natuuronderwijs en ging met zijn leerlingen naar buiten. Texel was daarvoor ideaal: onderwijsmateriaal was er in overvloed onder handbereik. Hij was dan ook meteen enthousiast over het boekje dat zijn collega-onderwijzer Eli Heimans (1861-1914) in 1893 publiceerde: De levende natuur. Handleiding bij het onderwijs in de kennis van planten en dieren op de lagere school, in het bijzonder voor groote steden. Aan de hand van de flora en fauna in het Amsterdamse Sarphatipark legde Heimans uit hoe de onderwijzer te werk kon gaan 'den kinderen belangstelling en eerbied in te boezemen voor al wat de planten- en dierenwereld op te merken geeft; hen wakker te maken voor de natuur, zóó, dat na het verlaten der school de verworven kennis hen steeds genoegen doet vinden in het opsporen en nagaan der natuurvoorwerpen en de natuur hun een bron van goedkoop genot wordt'.

Tijdens een lezing in dat zelfde jaar 1893 ontmoetten de twee elkaar. Ze bleken bij elkaar in de buurt te wonen en liepen elkaar de volgende maanden regelmatig tegen het lijf. Op een keer vroeg Thijsse wanneer Heimans een boekje zou maken over een 'echte' levensgemeenschap, in plaats van het kunstmatige Sarphatipark. Op Heimans' voorstel dat samen te schrijven ging Thijsse meteen in. Geleidelijk kreeg het project een ambitieuzere vorm. Niet één, maar een reeks boekjes moest er komen, handelend over verschillende levensgemeenschappen die in de alledaagse, landelijke omgeving van steden en dorpen gemakkelijk te vinden zijn. Bovendien moesten de boekjes niet zozeer gericht zijn op de onderwijzers maar op de leerlingen zelf, met name de jeugd van ongeveer 12 tot 15 jaar. Elk boekje moest als een wandeling zijn: de lezer werd meegenomen naar buiten en op een eenvoudige, spontane en levendige manier werd beschreven wat er allemaal te zien en te beleven viel. Het eerste boekje was meteen een succes: het kreeg goede kritieken, werd goed verkocht en veel gelezen.

Toen het tweede boekje net zo succesvol was en de auteurs steeds meer vragen van lezers toegestuurd kregen, besloten Heimans en Thijsse een tijdschrift te starten: De levende natuur. Het kon als communicatiemiddel gaan dienen voor de groeiende groep natuurliefhebbers, en bovendien konden de beide onderwijzers zo meer en vaker naar buiten treden. Een andere Amsterdamse onderwijzer, J. Jaspers, werd als derde redacteur aangezocht. Het tijdschrift sloeg snel aan: na drie maanden waren er bijna duizend abonnees. De volgende, logische stap was de natuurliefhebbers ook fysiek bijeen te brengen: in 1901 werd de Nederlandsche Natuurhistorische Vereeniging (de huidige KNNV) opgericht, met Heimans en Thijsse in het bestuur. Het plan van de gemeente Amsterdam om het Naardermeer aan te kopen als stortplaats voor huisvuil leidde tot weer de volgende stap. Heimans en Thijsse kenden het meer als rijk natuurgebied. Vooral Thijsse ventileerde luid zijn ongenoegen over het voornemen. Een door de NNV belegde bijeenkomst van zeventien organisaties om de mogelijkheden voor behoud van het Naardermeer te bespreken, leidde in 1905 tot de oprichting van een nieuwe organisatie: de Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland. Thijsse werd secretaris van de vereniging; Heimans kreeg geen bestuursfunctie.

Dat Thijsse wel en Heimans niet actief werd in Natuurmonumenten kan als typerend worden beschouwd voor de verhouding die er inmiddels tussen hen was ontstaan. In 1901 was hun negende gemeenschappelijke publicatie verschenen. De twee waren daarna samen blijven werken voor het verzorgen van herdrukken en voor de redactie van De levende natuur, maar gemeenschappelijke publicaties waren er niet meer geweest. Ze publiceerden nu afzonderlijk van elkaar. Zo schreef Thijsse wekelijks een stukje voor het Algemeen Handelsblad en Heimans voor De Groene Amsterdammer. Dat Thijsse naar Bloemendaal was verhuisd en het persoonlijk contact daardoor minder gemakkelijk was, heeft in deze ontwikkeling zeker een rol gespeeld. Belangrijker was dat hun beider belangstelling uit elkaar was gaan lopen. Heimans had steeds meer interesse voor de natuur in het oosten en zuiden van het land gekregen, Thijsse voor de natuur van het duingebied en Texel. Heimans had steeds meer interesse voor geologie gekregen, Thijsse voor vogels. Daarnaast waren er maatschappelijke verschillen ontstaan. Heimans' onderwijscarrière bleef steken bij het hoofdmeesterschap van een school voor lager onderwijs van de derde klasse (de op één na hoogste kwaliteitsklasse). Thijsse was in 1902 leraar aan de kweekschool geworden, wat hem meer status gaf. Door dat laatste, gecombineerd met zijn spontane en pragmatische karakter, als tegengesteld aan het meer bescheiden en studieuze karakter van Heimans, kon hij gemakkelijk omgaan met de wetenschappers, (adellijke) grootgrondbezitters en notabelen die in de natuurbeschermingsbeweging een belangrijke rol speelden. Mogelijk vormde ook Heimans' joodse afkomst een belemmering.

Thijsse groeide uit tot hét gezicht van de natuurstudie en natuurbescherming in Nederland. Dat kwam vooral door de geïllustreerde albums die hij vanaf 1906 schreef voor de koek- en beschuitfirma Verkade. De albums hadden dezelfde formule als de boekjes die Thijsse met Heimans had geschreven: de lezer wordt meegenomen op een tocht langs de Nederlandse natuur die ogenschijnlijk weinig spectaculair is maar waar bij nadere beschouwing allerlei fascinerends aan te zien is. Van de albums werden honderdduizenden exemplaren verkocht. Ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag in 1925 werd een braakliggend terrein in Bloemendaal omgezet in een landschappelijk aangelegd plantsoen, een wijkplaats voor beschermde planten en dieren en tegelijkertijd een plaats waar mensen konden leren over de flora en fauna van het land. Het kreeg de naam 'Thijsse's Hof'.

Maar ondanks de vele aankopen door Natuurmonumenten van bijzondere gebieden die zo open werden gesteld voor wandelaars en de vele exemplaren die er van de Verkade-albums over de toonbank gingen, constateerde Thijsse aan het einde van zijn leven dat slechts een klein deel van de bevolking echt enthousiast was gemaakt voor de wilde natuur. In zijn boek Natuurbescherming en landschapsverzorging in Nederland (1946) stelde hij dat 'er van de tien Hollanders nog niet één (is) die een eik van een beuk kan onderscheiden of zich rekenschap geeft van de grote seizoensveranderingen in de planten- en dierenwereld'. Voor het onderwijs lag er dan ook nog steeds de taak van vijftig jaar eerder de jeugd op te voeden tot 'natuurvrienden'. Maar net zo goed hadden de planologen hier een taak: die zouden 'natuurruimten' moeten creëren. In de steden zouden 'instructieve plantsoenen' aangelegd moeten worden naar voorbeeld van 'Thijsse's Hof', plantsoenen representatief voor de verschillende landschappen in het land en met 'inhoud': 'planten die ons wat te vertellen hebben, die bonte insekten lokken; struikgewas en bomen die het hele jaar een behoorlijke vogelbevolking waarborgen'. Buiten de steden moest men overgaan tot de aanleg van 'oordeelkundige bebouwing, gezond en fraai cultuurlandschap, geordend industrielandschap, werkelijke bossen en alles wat wij nu al reeds wel hebben waarderen en bewonderen als natuurmonumenten en reservaten'. De oproep verscheen postuum: Thijsse overleed in januari 1945.

Extent

2.5 meter

Abstract in Dutch

Jac. P. Thijsse (1861-1945) was een Amsterdamse onderwijzer die rond 1900, samen met Eli Heimans en andere collega's, in de lessen op de scholen waar hij werkte, via boeken, met artikelen in kranten en tijdschriften en met het tijdschrift De levende natuur een groot (en nadrukkelijk jong) publiek wilde informeren over en enthousiasmeren voor de wilde natuur in Nederland. Geleidelijk kwam het accent van zijn activiteiten te liggen op de bescherming van de natuur in Nederland. Zijn werk had succes: de publicaties werden goed gelezen, overal in Nederland trokken (jonge) natuurliefhebbers het veld in en organiseerden zij zich, bij de verschillende overheden werd aandacht voor de natuur vertaald in beleid en wisten particuliere organisaties natuurgebieden aan te kopen en voor het publiek open te stellen. De inspanningen van Thijsse en zijn collega's kunnen beschouwd worden als de aanzet tot de huidige georganiseerde en gereguleerde natuurstudie, -educatie en -bescherming in Nederland. Hoewel het archief zeker niet volledig is, geeft het veel informatie over Thijsses uiteenlopende activiteiten en contacten, en over de waardering die hij voor zijn werk ontving.

Abstract in English

Jac. P. Thijsse (1865-1945) was a primary school teacher in Amsterdam who around 1900, with the help of Eli Heimans and other colleagues, tried to raise interest for the indiginous Dutch nature among a broad (and notably young) audience with his teaching, books, articles in magazines and newspapers and the journal De levende natuur (The living nature). He was quite successful: the publications were well read, all over the country (young) people went out to study and enjoy nature, nature enthousiasts flocked together in organisations, government administrations at different levels incorporated the protection of nature in their policy and private organisations bought many nature reserves which were made accessible to a large public. The work of Thijsse c.s. can be considered as the start of today's organized and formalized study, education and protection of nature in the Netherlands. Although being far from complete, the archives provides ample information about Thijsse's work, his contacts and the recognition he received.

Physical Location

Allard Pierson. De Collecties van de Universiteit van Amsterdam

Custodial History

Het archief werd door Jac. P. Thijsse tijdens zijn leven gevormd en beheerd. Na zijn dood werd het beheerd door zijn kinderen. Voor een tentoonstelling in het Zoölogisch Museum Amsterdam in 1965 stelden zij archiefmateriaal ter beschikking. Dit materiaal kwam na afloop van de tentoonstelling terecht op het hoofdkantoor van Natuurmonumenten. Bij de start van de Stichting Heimans en Thijsse Bibliotheek en Archief (sedert 1993 Heimans en Thijsse Stichting) in de jaren 1970 schonk de directeur H.P. Gorter dit materiaal aan de stichting. In latere jaren is steeds opnieuw materiaal overgedragen door de familie Thijsse, soms in de vorm van fotokopieën. Ook personen die niet tot de familie behoren schonken materiaal of gaven dit in bruikleen.

Immediate Source of Acquisition

In 2014 kwamen de Heimans en Thijsse Stichting en de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam met elkaar overeen dat de stichting al het erfgoedmateriaal in haar bezit of beheer in bruikleen zou overdragen aan de Bijzondere Collecties. Tot dit materiaal behoort ook het archief van Thijsse.

Appraisal

In het archief zijn alle bekende archivalia van de archiefvormer opgenomen, soms in de vorm van fotokopieën.

Jac. P. Thijsse was een van de meest prominente natuurpropagandisten en natuurbeschermers van zijn tijd. Hoewel het archief zeker niet volledig is, geeft het veel informatie over zijn uiteenlopende activiteiten en contacten, en over de waardering die hij voor zijn werk ontving.

Accruals

Er worden geen aanvullingen verwacht.

Related Materials

De Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam beheren ook het archief en de collectie van de Heimans en Thijsse Stichting, alsmede de archieven van Eli Heimans en H.P. Gorter .

Bibliography

  • Klaas van Berkel. Citaten uit het boek der natuur. Opstellen over Nederlandse wetenschapsgeschiedenis. Amsterdam, 1998.
  • Fop. I. Brouwer. Leven en werken van E. Heimans en de opbloei der natuurstudie in Nederland in het begin van de twintigste eeuw. Groningen, 1958.
  • Marga Coesèl. Zinkviooltjes en zoetwaterwieren. J. Heimans (1889-1978). Natuurstudie en natuurbescherming in Nederland. Hilversum, 1993.
  • Sietzo Dijkhuizen. Jac. P. Thijsse, een biografie. Natuurbeschermer, flaneur en auteur van Verkade-albums. Amsterdam etc., 2005.
  • De eeuw van Thijsse. 100 jaar natuurbeleving en natuurbescherming. Amsterdam, 1996.
  • Kees Hana. Feest in de natuur. De eeuw van Jac. P. Thijsse. Amsterdam, 1965.

General

Stukken kunnen online worden aangevraagd bij de collectiebeheerder.

Processing Information

Het archief is in 2015 geïnventariseerd. Al het metalen bindmateriaal is verwijderd. De stukken zijn verpakt in zuurvrije omslagen en archiefdozen.
Title
Inventaris van het archief van Jac. P. Thijsse (1847-1989)
Date
2015
Description rules
International Standard for Archival Description - General
Language of description
Dutch; Flemish
Script of description
Latin
Language of description note
Nederlands

Repository Details

Part of the Allard Pierson - de Collecties van de Universiteit van Amsterdam / Allard Pierson - the Collections of the University of Amsterdam Repository

Contact:
Oude Turfmarkt 127-129
Amsterdam 1012 GC Nederland