Skip to main content

Archief van H.P. Gorter

 Fonds
Identifier: UBA532

Scope and Contents

Slechts een klein deel van het archief bevat stukken die betrekking hebben op het persoonlijk leven van Gorter. Deze stukken gaan vooral over zijn opleiding, familie, verloving en huwelijk. Persoonlijk en openbaar leven zijn nauw met elkaar verweven in de correspondentie (1932-2001) en de agenda's (1932-2001) die vanaf 1950 tevens als dagboeken dienden en waarin gebeurtenissen op zowel privé als zakelijk terrein staan genoteerd. Dit is ook het geval bijvoorbeeld bij de stukken betreffende zijn boek Ruimte voor natuur (dat hij na zijn pensionering schreef over het werk van Natuurmonumenten), lezingen (over natuurbescherming, zowel tijdens als na zijn pensionering) en eerbewijzen (ontvangen vanwege zijn werkzaamheden, voor een deel na zijn pensionering). Bij de Overige stukken zijn stukken opgenomen die betrekking hebben op openbare functies van Gorter naast zijn directeurschap van Natuurmonumenten, die echter alle betrekking hadden op natuurbescherming. In het archief is veel beeld- en geluidmateriaal aanwezig. Ook hier lopen persoonlijk en openbaar leven door elkaar.

Dates

  • 1920-2001

Creator

Language of Materials

Diverse talen, waaronder Nederlands, Frans, Duits en Engels

Conditions Governing Access

Voor raadpleging is een bezoekers- of lenerspas van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam vereist.

Conditions Governing Use

Bij raadpleging is het Reglement voor de gebruikers van de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam van toepassing. Reproductie en reproductierechtvergoedingen conform de Tarieven en Diensten Universiteit van Amsterdam.

Het materiaal wordt alleen ter inzage gegeven.

Biographical / Historical

Hans Paul Gorter werd geboren in Amsterdam op 9 januari 1914. Zijn vader was Arnold Marc Gorter (1866-1933), een in zijn tijd bekend en gewaardeerd landschapsschilder. Zijn moeder was Fieke Hertz (1883-1979). Hij had één oudere broer. In 1926 liet zijn vader in Vorden een buitenhuis met atelier bouwen op enkele percelen bos en heide die hij in 1918-1919 had gekocht. Door het werk van zijn vader en het verblijf in Vorden vatte de jonge Hans liefde voor de natuur op. Op het gymnasium werd hij lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN). In 1932 ging hij rechten studeren aan de Universiteit van Amsterdam, met tegenzin: hij had bij fysische geografie iets willen doen met de geschiedenis van het landschap, maar een dergelijke opleiding bestond niet.

Tijdens zijn studie kreeg hij belangstelling voor natuurbescherming. Tot zijn ergernis zag hij veel natuur en oude landschappen verdwijnen bij ontginningen van heide- en moerasgebieden en het rechttrekken van beken en zandpaden, werkzaamheden die als werkverschaffingsprojecten werden uitgevoerd. Na het behalen van zijn doctoraalexamen (1939) wilde hij zich verdiepen in de natuurbescherming en dacht aan het schrijven van een proefschrift over een (in zijn ogen noodzakelijke) natuurbeschermingswet. Werk vinden ging echter voor. Op een advertentie waarin hij zijn diensten aanbood reageerde de gemeente 's-Graveland: hij kon als volontair op de gemeentesecretarie werken. In zijn vrije tijd ging hij gegevens over natuur- en landschapsbescherming verzamelen. Om de informatie overzichtelijk te maken ontwierp hij een archiefsysteem gebaseerd op het door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten gepubliceerde systeem waarmee hij op de gemeentesecretarie leerde werken.

Eind april 1940 bracht Piet van Tienhoven, voorzitter van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, een bezoek aan het gemeentehuis van 's-Graveland. Gorter maakte daarvan gebruik door zich voor te stellen en zijn belangstelling voor natuurbescherming en het werk van Natuurmonumenten duidelijk te maken. Die kennismaking kwam goed van pas toen later dat jaar Gorters functie wegens reorganisatie verviel. Zijn chef beval hem aan bij Van Tienhoven die hem uitnodigde voor een gesprek. Gorter toonde toen een deel van de documentatie die hij had verzameld én gerubriceerd. Van Tienhoven was onder de indruk - het was op dat moment lastig iets terug te vinden in het archief van Natuurmonumenten - en per 1 november 1940 kon hij als volontair op het kantoor in Amsterdam aan de slag. Op dat kantoor werkten toen zeven mensen. Natuurmonumenten telde 13.000 leden. Gorter moest er administratieve achterstanden op allerlei gebied wegwerken, onder andere bij de archivering. Een nieuw ordeningssysteem voor het archief, gebaseerd op wat hij eerder had ontworpen, kon pas na de oorlog worden ingevoerd.

Tijdens de algemene jaarvergaderingen in 1943 en 1944 uitten een aantal jonge leden, tevens lid van de NJN, forse kritiek op Natuurmonumenten: bij het beheer van natuurgebieden werd teveel ingegrepen; er werden te weinig nieuwe terreinen aangekocht; met de leden werd nauwelijks contact onderhouden; aan werving van nieuwe leden en het verspreiden van de natuurbeschermingsgedachte werd nauwelijks gedaan; en de vereniging werd autoritair en ondemocratisch geleid. Van Tienhoven had weinig begrip voor de kritiek. Hij liet Gorter (jonger en oud-NJN'er) naar een oplossing zoeken. Op diens voorstel werden in 1947 enkele vernieuwingen doorgevoerd. De leden werden verdeeld over twaalf districten (de provincies en Amsterdam) en door hen gekozen vertegenwoordigers hadden stemrecht op de jaarvergaderingen. Voor het beheer van de gebieden werden een wetenschappelijk adviseur benoemd (Victor Westhoff, een vriend van Gorter, die een plantensociologische aanpak voorstond), en een assistent (Jan van Dijk). Tevens werd er een driehoofdige directie gevormd, bestaande uit Jan Drijver (hoofddirecteur, tevens belast met het beheer van de natte gebieden en de duinen), Wim Eshuis (voor het beheer van de droge gebieden) en Gorter (algemene zaken). Na Drijvers pensionering in 1953 nam Gorter diens taken erbij. Hij zou tot zijn pensionering in 1979 het directeurschap bekleden, vanaf het einde van de jaren zestig bijgestaan door stafleden vanwege het toegenomen aantal werkzaamheden.

Als directeur was Gorter nauw betrokken bij de aankoop van nieuwe terreinen. Daarbij volgde hij een ander beleid dan Van Tienhoven. Die was altijd zeer terughoudend geweest met het accepteren van subsidies om de zelfstandigheid te bewaren. Wanneer men een terrein wilde aankopen werd gekeken naar wat het opbracht aan bijvoorbeeld pacht, visserij en houtkap. Die inkomsten werden vertaald in rentepercentage en aflossing van het bedrag dat voor de aankoop werd geleend. Gebieden die weinig opbrachten werden voor een deel gefinancierd door gebieden die veel opbrachten. Na de oorlog stegen de grondprijzen en de kosten van het beheer. Het Rijk voerde tegelijkertijd de regeling in dat natuurbeschermingsorganisaties subsidie konden krijgen voor 50% van de aankoopprijs van onrendabele gebieden. Gorter maakte hier ruim gebruik van.

Onder het directeurschap van Gorter veranderde er veel. Het bezit werd flink uitgebreid (35.000 ha in 1979) en het aantal leden groeide enorm (250.000 in 1979); met tijdschriften en ledenwerfacties werd veel meer naar buiten getreden. Natuurmonumenten werd hierdoor een belangrijke en gezaghebbende organisatie op het gebied van de natuurbescherming in het land. Het personeel breidde zich eveneens uit en de interne organisatie (het kantoor) en de externe organisatie (beheer van terreinen) werd steeds herzien. De leden kregen meer zeggenschap door de instelling van de Verenigingsraad (1973), samengesteld uit leden die in districtsvergaderingen werden gekozen. De tweedeling van Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur werd opgeheven; er kwam één Bestuur dat verantwoording aflegde aan de Verenigingsraad. Het kantoor verhuisde in 1975 van Amsterdam naar de buitenplaats Schaep en Burgh in 's-Graveland. Bij alle veranderingen was Gorter een stabiliserende factor door zijn lange aanblijven als directeur.

Ook buiten Natuurmonumenten was Gorter op allerlei manieren actief voor de natuurbescherming. In 1947 werd hij secretaris en in 1958 ondervoorzitter van de Contactcommissie voor Natuur- en Landschapsbescherming, een samenwerkingsverband van tientallen organisaties werkzaam op het gebied van natuurbescherming, heemschut, recreatie en wetenschappelijk onderzoek. De Commissie volgde kritisch de plannen van de diverse overheden en landbouworganisaties onder andere voor ontginning, inpoldering, ruilverkaveling en kanalisering. Op Gorters initiatief werd het mededelingenblad van de Commissie omgezet in het tijdschrift Natuur en landschap. Gorter was nauw bij de redactie ervan betrokken en publiceerde er zelf vaak in. Van 1952 tot 1983 was hij lid van de Natuurbeschermingsraad, het officiële adviescollege van de regering. Verder was hij bestuurslid van allerlei organisaties, onder andere de Stichting Noord-Hollands Landschap, de Stichting Gooisch Natuurreservaat en de Stichting Huis Bergh.

Gorter deelde de zorg voor het Nederlandse milieu die in de jaren 1960 ontstond. Namens Natuurmonumenten en de Contactcommissie overlegde hij met de (al in 1909 opgerichte) Nederlandse Vereniging tegen Water-, Bodem- en Luchtverontreiniging. In die functies was hij nauw betrokken bij de oprichting van de Stichting Natuur en Milieu, waarvan hij ondervoorzitter werd. Het was in de praktijk de voortzetting van de Contactcommissie, die in 1978 werd opgeheven.

Voor zijn werk werd Gorter herhaaldelijk onderscheiden, onder andere met een Zilveren Anjer (1967), een eredoctoraat van de Rijksuniversiteit Utrecht (1983) en met de benoeming tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (1988)

Na zijn pensionering beschreef Gorter gedetailleerd de geschiedenis van de natuurbescherming in Nederland en de activiteiten van Natuurmonumenten in het bijzonder in Ruimte voor natuur (1986).

Gorter trouwde in 1952 met de biologe en landschapsarchitecte Lies ter Pelkwijk. Tot 1998 woonden zij in De Elshof, een afgelegen huis in het eerste gebied dat Natuurmonumenten aankocht, het Naardermeer.

Gorter overleed in Vorden op 14 februari 2001.

Extent

3.25 meter

Abstract in Dutch

Hans Paul Gorter (1914-2001) studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam. In 1940 trad hij in dienst van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland als medewerker op het kantoor, waar hij allerlei administratief werk verrichtte. Bij de verandering van de organisatie (die hij voor een groot deel ontwierp) in 1947 werd hij een van de drie directeuren en belast met algemene zaken. In 1953 nam hij het secretariaat en het beheer van de droge gebieden erbij. Tot zijn pensionering in 1979 zou hij directeur blijven. In het persoonlijk archief van Gorter zijn persoonlijk en openbaar leven nauw met elkaar verweven. Het archief bevat hierdoor niet alleen informatie over de persoon Gorter maar ook over de natuurbescherming in Nederland in de periode 1940-1980.

Abstract in English

Hans Paul Gorter (1914-2001) studied law at the University of Amsterdam. In 1940 he entered the service of the Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland (Society for the Conservation of Nature in the Netherlands) where he worked at the office, performing all sorts of administrative tasks. When in 1947 the structure of Natuurmonumenten was reorganized (designed by Gorter mainly) he became one of its three directors, charged with general administration. In 1953 he also became secretary and administrator of the dry landscapes Natuurmonumenten owned. He retired in 1979. This is Gorter's personal archive, but in most items private and public life are closely intertwined. The archive contains much photographic en audio material. Again, both private and personal life are represented here. For these reasons, the archive gives not only information about Gorter personally, but also about nature conservation in the Netherlands during the years 1940-1980.

Physical Location

Allard Pierson. De Collecties van de Universiteit van Amsterdam

Custodial History

Het archief werd door H.P. Gorter tijdens zijn leven gevormd en beheerd. Bij testament vermaakte het echtpaar Gorter-ter Pelkwijk de boeken, het archief en het fotomateriaal voor zover het betrekking had op natuur en landschap aan de Heimans en Thijsse Stichting.

Immediate Source of Acquisition

Het archief werd in 2008 door neven van Gorter aan de Heimans en Thijsse Stichting geschonken. In 2014 kwamen de Heimans en Thijsse Stichting en de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam overeen dat de stichting al het erfgoedmateriaal in haar bezit of beheer in bruikleen zou overdragen aan de Bijzondere Collecties. Tot dit materiaal behoort ook het archief van Gorter.

Appraisal

De schenking die de neven van Gorter aan de Heimans en Thijsse Stichting deden bevatte niet alleen zijn archief. Er werden namelijk ook boeken, tijdschriften, rapporten, nota's, jaarverslagen, circulaires, folders uit zijn bezit geschonken. Alles was samen in dozen opgeborgen, weliswaar geordend maar zonder onderscheid naar de aard van de stukken. Tijdens de inventarisatie is al het gedrukte materiaal van het archief afgescheiden en bestemd voor de bibliotheek en de collectie documentatie van de Heimans en Thijsse Stichting. Ook stukken die Gorter ontving voor vergaderingen, bijvoorbeeld van de Ledenraad van Natuurmonumenten en van de Natuurbeschermingsraad, of documentatie die hij verzamelde, bijvoorbeeld over de relatie tussen natuurbescherming en landbouw, zijn van het archief afgescheiden.

In de meeste stukken in het persoonlijk archief van Gorter zijn persoonlijk en openbaar leven nauw met elkaar verweven. Sommige stukken behoren zelfs geheel tot het openbaar leven. Het archief bevat hierdoor niet alleen informatie over de persoon Gorter maar ook over de natuurbescherming in Nederland in de periode 1940-1980, in het bijzonder over de activiteiten van Natuurmonumenten.

Accruals

Het archief is compleet overgedragen.

Related Materials

De Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam beheren ook het archief en de collectie van de Heimans en Thijsse Stichting, alsmede de archieven van Jac. P. Thijsse en Eli Heimans .

Bibliography

  • De andere Gorter. Nauwelijks bekende studies van een landschapsschilder. [Enschede, 1983].
  • Marga Coesèl. Natuurbeschermer Hans Gorter, een "bekommerde optimist". In: De levende natuur 110 (2009), p. 235-238.
  • H.P. Gorter. Mijn ervaringen met het archief van Natuurmonumenten. In: Honderd meter groene archieven. Archieven van Natuurmonumenten 1905-1977. Amsterdam, 1995, p. 41-47.
  • Jaap Zwier. Gesprek met Hans Gorter op 17 juli 2000. Ongepubliceerd typoscript. Beschikbaar bij: Universiteitsbibliotheek Amsterdam (UvA), Bijzondere Collecties, collectie van de Heimans en Thijsse Stichting, documentatie H.P. Gorter.

General

Stukken kunnen online worden aangevraagd bij de collectiebeheerder.

Processing Information

Het archief is in 2015 geïnventariseerd. Al het metalen bindmateriaal is verwijderd. De stukken zijn verpakt in zuurvrije omslagen en archiefdozen.
Title
Inventaris van het archief van H.P. Gorter (1920-2001)
Date
2015
Description rules
International Standard for Archival Description - General
Language of description
Dutch; Flemish
Script of description
Latin
Language of description note
Nederlands

Repository Details

Part of the Allard Pierson - de Collecties van de Universiteit van Amsterdam / Allard Pierson - the Collections of the University of Amsterdam Repository

Contact:
Oude Turfmarkt 127-129
Amsterdam 1012 GC Nederland