Skip to main content

Iconographia Zoologica

 Collection
Identifier: UBA274

Scope and Contents

De Iconographia Zoologica is een verzameling afbeeldingen van dieren - zowel gewervelde als ongewervelde - geordend op diersoort volgens de gangbare systematiek van rond 1881-1883. De verzameling bevat tekeningen (pen-, potlood- en waterverftekeningen) en prenten. Bij de gedrukte afbeeldingen zijn alle druktechnieken (tot begin 20e eeuw) vertegenwoordigd: vooral kopergravure en ets, steendruk en houtgravure, merendeels in zwart/wit, vaak handmatig ingekleurd, maar ook in kleur gedrukt.

De afbeeldingen zijn zowel complete prenten (vaak in het oorspronkelijke papierformaat van het boek of tijdschrift waaruit ze afkomstig zijn) als uitgeknipte afbeeldingen en losse tekeningen in allerlei maten. De meeste afbeeldingen zijn geplakt op vellen opzetpapier van een uniforme maat. Hierop zijn bijschriften aangebracht (pen/inkt en potlood). Ook zijn handgeschreven en gedrukte bijschriften en tekstpassages toegevoegd, zowel los als opgeplakt.

Er is onderscheid aangebracht tussen groepen afbeeldingen door middel van papieren omslagen en binnenomslagen, waarop in handschrift de taxonomische benamingen van de diersoorten in hun systematische volgorde staan geschreven.

Dates

  • ca. 1600 - ca. 1900

Creator

Language of Materials

Diverse talen, waaronder Nederlands, Frans, Duits, Engels en Latijn

Conditions Governing Access

De collectie is gedigitaliseerd en online raadpleegbaar via Wikimedia. De originele documenten worden in principe niet ter inzage gegeven.

Conditions Governing Use

Bij raadpleging is het Reglement voor de gebruikers van de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam van toepassing. Reproductie en reproductierechtvergoedingen conform de Tarieven en Diensten Universiteit van Amsterdam.

Indien in uitzonderlijke gevallen toch toestemming verkregen is om originele documenten te raadplegen, wordt het materiaal alleen ter inzage gegeven.

Biographical / Historical

De Iconographia Zoologica is samengesteld door drie verzamelaars, namelijk A. Oltmans, T.G. van Lidth de Jeude en R.T. Maitland.

Abraham Oltmans (1811-1873) groeide op in Amsterdamse kringen waar kunsten en wetenschap geliefd waren. Vader Alexander was ontvanger der directe belastingen in het derde arrondissement Amsterdam. Evenals zijn twee broers werkte Abraham bij het belastingkantoor. De familie was niet gefortuneerd maar wel artistiek begaafd. Abraham speelde altviool in concerten van Felix Meritis, oudere broer Jan Frederik was actief als letterkundige en historicus, jongere broer Alexander in de beeldende kunst en in de muziek, en jongste zus Maria Elisabeth trad op als zangeres.

Abraham Oltmans werd vrij snel na de oprichting lid van het Zoölogisch Genootschap 'Natura Artis Magistra'. Hij was geïnteresseerd in schelpen en erfde van zijn tante in Den Haag, mej. M.E.A. Oltmans (1763-1838), een schelpenverzameling, die hij in 1843 verkocht aan het genootschap. Oltmans werd in 1844 benoemd tot honorair conservator van deze nieuwe collectie. De eerste tijd combineerde Oltmans zijn werk voor Artis met zijn functie als commies bij de rentebetaling van de Nationale Schuld (Grootboek) in Amsterdam. In november 1854 werd Oltmans officieel aangesteld bij het pas opgerichte Zoölogisch Museum als conservator van de schelpenverzameling, een functie die hij vervulde tot zijn dood in 1873. Hij onderhield de contacten met andere schelpenverzamelaars. Oltmans catalogiseerde de museumcollectie, geassisteerd door zijn zoon en - van 1856 tot 1864 - door collega-conservator R.T. Maitland. In 1868 verkocht Abraham Oltmans zijn bibliotheek aan het genootschap.

Theodoor Gerard van Lidth de Jeude (1788-1863) studeerde zoölogie in Utrecht en Leiden. Hij was hoogleraar anatomie en fysiologie aan het Athenaeum te Harderwijk van 1815 tot de opheffing in 1818. In 1819 werd hij benoemd tot buitengewoon hoogleraar zoölogie en vergelijkende anatomie aan de Hoogeschool van Utrecht (de latere universiteit). Van 1828 tot zijn emeritaat in 1858 was hij gewoon hoogleraar. Daarnaast was hij directeur van 's Rijks Veeartsenijschool te Utrecht (de latere Faculteit Diergeneeskunde) vanaf de oprichting in 1821 tot 1826, waarna hij er tot 1851 ook college bleef geven in de anatomie, fysiologie en botanie. In 1842 stichtte hij in Utrecht de Zoölogische Tuin, een voor leden toegankelijk wandelpark met dieren, waar ook zomerconcerten plaats vonden. Deze dierentuin bleef bestaan tot 1854.

Van Lidth de Jeude bezat in zijn tijd de grootste natuurhistorische collectie van Nederland, voor eigen rekening in de loop van vijftig jaar bijeengebracht: het 'Musée Zoologique', een groot aantal opgezette dieren, skeletten, specimina op sterk water, schelpen, insecten, en andere fauna. Hij gold als een typische verzamelbioloog, die preparateurs voor zich liet werken, ook zelf preparaten maakte en veel aankocht. Zijn collectie omvatte onder andere het befaamde 'Museum Van Klinkenberg' – met o.a. materiaal uit de verzameling van de Amsterdamse apotheker Albertus Seba en uit de verzameling van stadhouder Willem V – en de Amsterdamse zoölogische collectie van Reindert Draak. In 1858, het jaar van zijn emeritaat, bracht Van Lidth de Jeude een gedeelte van deze verzameling op de veiling en na zijn dood werd in 1867 de rest geveild. Daardoor viel deze beroemde collectie uiteen en raakte verspreid. Het grootste deel kwam toen in het British Museum in Londen, het overige o.a. in de zoölogische musea van Leiden, Amsterdam en Utrecht.

Van Lidth de Jeude bracht ook een grote verzameling zoölogische afbeeldingen – prenten en tekeningen – bij elkaar 'uit alle klassen van het dierenrijk': de Atlas de Zoologie. Zelf was hij ook een voortreffelijk tekenaar. Hij gebruikte zijn collectie om zijn colleges in Utrecht aan de Hoogeschool en aan de Veeartsenijschool te illustreren, maar ook wilde hij de verzameling gebruiken als basis voor het zoölogische plaatwerk: Het Dieren-Rijk of Verzameling van Steendrukplaten, bevattende de afbeeldingen van verschillende dieren, naar de natuur geteekend, of uit de beste werken overgenomen. Hij maakte zelf alle tekeningen ervoor, vaak verkleinde kopieën in waterverf naar prenten uit zijn verzameling. Slechts één aflevering van deze uitgave is gedrukt (ca. 1860 in Utrecht), maar niet in de handel geweest. In 1866, drie jaar na zijn dood, werden de 'Atlas de Zoologie' (inclusief de originele tekeningen van Van Lidth de Jeude) en de bibliotheek geveild bij Frederik Muller in Amsterdam. Zijn collectie werd gekocht door de Haagse zoöloog en verzamelaar Robert T. Maitland.

Robert Thomas Maitland (1823-1904) was zoöloog. In 1852 publiceerde hij Fauna Belgii Septentrionalis, een systematische beschrijving van de dieren die voorkomen in Nederland. In 1854 kwam hij naar Amsterdam, waar hij als conservator in dienst trad van het Zoölogisch Genootschap 'Natura Artis Magistra'. Ook trad hij in voorkomende gevallen op als bibliothecaris. Vanaf augustus 1856 assisteerde hij Abraham Oltmans bij het samenstellen van diens catalogus van de schelpencollectie in het museum. Maitland verzamelde zelf ook schelpen: een collectie van honderd soorten schonk hij in 1863 aan het museum van Artis. In 1864 vertrok hij naar Den Haag, waar hij vanaf 1868 enkele jaren directeur was van het Koninklijk Zoölogisch Botanisch Genootschap te 's-Gravenhage: de Haagse dierentuin.

Ten gevolge van uitbreiding, nieuwbouw en reorganisatie van de musea in Artis in de jaren 1870 was het aanstellen van een extra conservator noodzakelijk. Na zestien jaar in Den Haag gewerkt te hebben kwam Maitland in 1880 terug naar Amsterdam en trad opnieuw in dienst van het genootschap als conservator voor de collectie schelp- en weekdieren van het Zoölogisch Museum, tot zijn pensioen in 1893. Naast catalogi van de museumcollectie en wetenschappelijke artikelen over schelp- en weekdieren, schreef hij ook over insecten (hij was lid van de Entomologische Vereniging) en over de verzorging van hoenders en ander pluimvee. Na zijn pensioen publiceerde hij nog een werk over zeldzame dieren in Nederland en België.

Maitland bezat een grote privé-verzameling van zoölogische afbeeldingen. Hij tekende zelf ook, onder meer insecten. In 1866 verwierf hij de nalatenschap van Th.G. van Lidth de Jeude. Hij voegde deze toe aan zijn eigen 'Zoölogische Atlas' en breidde deze verder uit. Nadat hij in 1880 weer in Amsterdam was komen werken, verkocht Maitland op 9 mei 1881 deze gehele verzameling aan het Genootschap 'Natura Artis Magistra'. De collectie werd samengevoegd met de al in het bezit van het Genootschap zijnde prentencollectie van Abraham Oltmans en een collectie andere prenten en tekeningen, afkomstig van schenkingen o.a. van Westerman. De totale collectie die nu de naam kreeg 'Iconographia Zoologica Societatis regiae zoologicae Amstelodamensis Natura Artis Magistra'. In zijn functie als conservator vulde Maitland de collectie verder aan, tot zijn pensionering in 1893.

Het Koninklijk Zoölogisch Genootschap 'Natura Artis Magistra' werd in 1838 door de heren G.F. Westerman, J.W.H. Werleman en J.J. Wijsmuller te Amsterdam opgericht (de natuur is de leermeesteres van de kunst). Het genootschap stelde zich tot doel "het bevorderen van de kennis der Natuurlijke Historie, op eene aangename en aanschouwelijke wijze; zoo door het bijeenbrengen ener uitgebreide verzameling van levende dieren, als door het plaatsen van een kabinet van opgezette voorwerpen uit het dierenrijk". Tot de middelen om dit doel te bereiken behoorde - naast een dierentuin en een museum met levenloze naturalia - ook het vormen van een bibliotheek. Hiervoor heeft met name oprichter Westerman, die tevens uitgever was, zich ingespannen.

Onderdeel van deze bibliotheek was ook een groeiende verzameling zoölogische prenten en tekeningen: de eerste waren ongetwijfeld de prenten en tekeningen in Westermans privé-bibliotheek, door hem in 1856 geschonken aan het genootschap. Ook met de in 1868 aangekochte bibliotheek van Oltmans was een verzameling prenten in het bezit van het genootschap gekomen. Met de aankoop in 1881 van de 'Zoölogische Atlas' van R.T. Maitland werd de iconografische verzameling enorm uitgebreid: niet alleen met de door Maitland zelf verzamelde prenten en zelf vervaardigde tekeningen, maar vooral met de beroemde - in 1866 geveilde en door Maitland gekochte - 'Atlas de Zoologie' van de Utrechtse hoogleraar Th.G. van Lidth de Jeude. Het is niet bekend of, en zo ja, in welke mate, op welke wijze, en door wie, de collectie is aangevuld in de periode na het vertrek van Maitland tot de overdracht aan de UvA in 1939.

Wegens een dreigend faillissement gingen alle bezittingen van Artis, behalve de levende have, op 28 juni 1939 over naar de gemeente Amsterdam.

Extent

ca. 67.000 items

Abstract in Dutch

De Iconographia Zoologica vormt een unieke papieren databank van ruim 67.000 afbeeldingen van dieren, voornamelijk afkomstig uit boeken. De Iconographia Zoologica is tot stand gekomen in de jaren 1881-1883 door het samenvoegen en systematisch ordenen van vier verschillende verzamelingen met tekeningen en prenten van dieren en andere zoölogische afbeeldingen, namelijk die van de Utrechtse hoogleraar Th.G. van Lidth de Jeude (1788-1863), de Haagse zoöloog R.T. Maitland (1823-1904), conservator schelpdieren van Artis Abraham Oltmans (1811-1873) en het Genootschap Natura Artis Magistra.

Abstract in English

The Iconographia Zoologica is a unique paper database of over 67,000 images of animals, mainly culled from books. The Iconographia Zoologica was created in the years 1881-1883 when four separate collections of drawings and prints of animals and other zoological images were merged and systematically arranged. They had been the collections of the Utrecht professor Th.G. van Lidth de Jeude (1788-1863), the Hague zoologist R.T. Maitland (1823-1904), Artis curator of shells Abraham Oltmans (1811-1873) and the Natura Artis Magistra society.

Arrangement

De aan de Iconographia Zoologica toegekende 19e-eeuwse taxonomische classificatie, toegekend door R.T. Maitland, is hersteld.

Physical Location

Allard Pierson. De Collecties van de Universiteit van Amsterdam

Other Finding Aids

Immediate Source of Acquisition

Op 28 augustus 1939 werden de collecties, waaronder de bibliotheek, overgedragen aan de Universiteit van Amsterdam. In 1953 kwam de Artis Bibliotheek formeel onder beheer van de Universiteitsbibliotheek en in 1961 van het Zoölogisch Museum. Het faunagebouw, waarin o.a. de Artis Bibliotheek was gehuisvest, werd in 1989 in eigendom verkregen door de Universiteit van Amsterdam en werd de locatie Plantagebuurt van de Centrale Facultaire Bibliotheek Biologie. In 2005 kwam de Artis Bibliotheek als Bijzondere Collectie onder beheer van de Universiteitsbibliotheek. In 1939 werden de bibliotheekcollecties van Artis inclusief de Iconographia Zoologica overgedragen aan de Universiteit van Amsterdam.

Appraisal

De Iconographia Zoologica vormt een unieke papieren databank van ruim 80.000 afbeeldingen van dieren, in de jaren 1881-1883 gerangschikt naar de voor die tijd modernste wetenschappelijke inzichten op het gebied van de diersystematiek. Doordat deze indeling na 1900 nooit is veranderd, is in deze collectie de laat-19e-eeuwse stand van wetenschap in de zoölogie vastgelegd. Dit maakt de Iconographia Zoologica van grote waarde voor wetenschapshistorici.

Doordat het aandeel van de verschillende oorspronkelijke verzamelaars nog te herkennen is en na diepgaander onderzoek zelfs valt af te bakenen, kan dit inzicht geven in de werkwijze van elke verzamelaar en de bronnen waaruit door hen is geput: bronnen die als boek of tijdschrift veelal aanwezig zijn in de Artis Bibliotheek.

Samen met de geïllustreerde boeken is de Iconographia Zoologica daarom een belangrijk studieobject voor kunst- en boekhistorici. Alle denkbare illustratietechnieken en alle mogelijke edities van prenten zijn er in terug te vinden.

Accruals

In de collectie van de Artis Bibliotheek bevindt zich nog een 25-tal dozen met afbeeldingen (prenten en foto's) die aan de Iconographia Zoologica dienen te worden toegevoegd. Een groot deel van de inhoud van deze dozen moet zijn verworven in de periode na het vertrek van R.T. Maitland (1893) tot circa 1960. Er zijn ook prenten in gesignaleerd die oorspronkelijk thuis horen in de Iconographia Zoologica maar daar na gebruik nooit goed in zijn teruggelegd.

Existence and Location of Copies

De gehele collectie is gedigitaliseerd en online raadpleegbaar.

Bibliography

  • Frederik Muller. Catalogue de la bibliothèque d'histoire naturelle et de médicine, d'un atlas de zoologie en 16500 planches ou 926 cahiers, de 200 lettres autographes de naturalistes et médecins, de quelques microscopes, etc. délaissé par Mr. Th. G. van Lidth de Jeude, Professeur d'Histoire Naturelle à l'Université d'Utrecht, Membre de plusieurs Sociétés Savantes, etc. La vente se fera le 26-29 Mars 1866 …. Amsterdam: Frederik Muller, 1866.
  • R.T. Maitland. Ontstaan, ontwikkeling en bloei van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap "Natura Artis Magistra" te Amsterdam. In: Bijdragen tot de dierkunde, Feestnummer [...] 50-jarig bestaan van het Genootschap. Amsterdam: Tj. van Holkema, 1888, hoofdstuk I.
  • Joha. Scheffer. De tentoonstelling van boeken, teekeningen en andere voorwerpen uit de bibliotheek van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap "Natura Artis Magistra", ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van het genootschap. In: Bijdragen tot de dierkunde 27 (1939), p. 115-163.
  • Florence F.J.M. Pieters. The first 150 years of "Artis" and the Artis Library. In: Bijdragen tot de dierkunde 58 (1988), p. 1-5.
  • Robert McCracken Peck. Cutting up Audubon for science and art. In: The Linnean 21 (2005), 1, p. 16-29.
  • Gavin Bridson. Correspondence. 15 March 2005. In: The Linnean 21 (2005), 3, p. 12-13.
  • Kees Rookmaaker. Correspondence. 3 October 2005. In: The Linnean 22 (2006), 1, p. 9.
  • Piet Verkruijsse en Chunglin Kwa (red.). Aap, vis, boek. Linnaeus in de Artis Bibliotheek. Zwolle, 2007.
  • Julius Victor Carus, C.E.A. Gerstaecker. Handbuch der Zoologie, 2 dln. Leipzig: Engelmann, 1863-1875.
  • G.R. Gray. Hand-list of genera and species of birds, distinguishing those contained in the British Museum, 3 dln. London, 1869-1871.
  • Albert Günther. Catalogue of the fishes in the British Museum, 8 dln. London, 1859-1870.
  • Robert T. Maitland. Hand- en standaardboek voor den hoenderliefhebber. Amsterdam: Van Holkema, 1882.

Processing Information

Het genootschap stelde in het koopcontract als voorwaarde dat Maitland de afbeeldingen "overeenkomstig de laatste eischen der wetenschap en naar de verschillende Catalogi van het British Museum en algemeene bekende Monographieën van den laatsten tijd ten zijnen huize te determineeren en te rangschikken, op te zetten uniform op wit papier en af te leveren in boekvormige doozen". Ditzelfde zou hij doen met reeds in het bezit van het Genootschap zijnde zoölogische afbeeldingen. De 226 houten boekdozen waren speciaal gemaakt om ruimte te bieden aan bladen van folio- en kwarto-formaat en, door aangebrachte tussenschotjes, aan dubbele aantallen bladen van half formaat.

In de jaren '30 van de twintigste eeuw heeft Johanna Scheffer, de toenmalige bibliothecaris van de Artis Bibliotheek, de Iconographia Zoologica nagekeken van 'Protozoa' tot 'Vertebrata' op oorspronkelijke tekeningen. De meest opvallende en kwetsbare daarvan (pen-, potlood- en waterverftekeningen) heeft zij uit de collectie gehaald om ze apart te bewaren onder de beste condities. Het grootste deel ervan is gesigneerd, waardoor zij een lijst heeft kunnen maken van werk van 37 kunstenaars, onder wie M.S. Merian, J. Wolf, A. Schouman en Voet. Deze ca. 550 tekeningen worden apart bewaard.

In 2006 zijn de prenten omgepakt vanuit conserveringsoverwegingen. De oorspronkelijke boekdozen worden apart bewaard.

In de periode 2008-2010 zijn meer dan 20.000 prenten ontsloten en gedigitaliseerd.
Title
Inventaris van de Iconographia Zoologica (ca. 1600 - ca. 1900)
Author
W.G.M. Beumer, M. van Roon
Date
2016
Description rules
International Standard for Archival Description - General
Language of description
Dutch; Flemish
Script of description
Latin
Language of description note
Nederlands
Edition statement
Eerste editie 2006, tweede herziene editie 2011, derde herziene editie 2016

Repository Details

Part of the Allard Pierson Repository

Contact:
Oude Turfmarkt 127-129
Amsterdam 1012 GC Nederland