Skip to main content

Collectie van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam

 Collection
Identifier: UBA208

Scope and Contents

Tot de grootste schatten van de bibliotheek behoren de geschriften van voor- en tegenstanders van het revolutionair anabaptisme, onder wie Melchior Hoffman en de eerste doopsgezinde leiders in de Nederlanden zoals Menno Simons, David Joris en Obbe en Dirk Philips. Geestverwanten zoals Hans Denck, Christiaan Entfelder en Sebastian Franck en latere spiritualisten zoals Hendrick Niclaes en Hendrick Jansz van Barrefelt (Hiël).

Daarnaast bezit de bibliotheek een grote collectie vroegreformatorische bijbels in het Duits en het Nederlands. Van de martelaarsboeken zijn de oudst bekende onder de titel "Offer des Heeren" vaak nog maar in een of enkele exemplaren overgeleverd. Zij zijn bijna alle in de bibliotheek aanwezig, evenals de vele liedboeken die in de broederschap circuleerden.

Verder zijn er de theologische en polemische geschriften van vele vooraanstaande 17de-eeuwse en 18de-eeuwse leraren zoals Hans de Ries, Pieter Jansz Twick, Galenus Abrahamsz, Herman Schijn, Gerard Maatschoen en Johannes Stinstra aanwezig naast die van 19de-eeuwers zoals Sytze Hoekstra Bzn, Jeronimo de Vries, Jan van Geuns en Christian Sepp.

Het legaat van de Amsterdamse leraar Pieter Fontein (1708-1788) bevat een voor die dagen vrijwel complete bibliotheek op het gebied van de klassieke talen met hun hulpwetenschappen en talloze werken op het gebied van de patristiek, wijsbegeerte, theologie en natuurwetenschappen.

Naast de vele werken over doopsgezinde literatoren en kunstenaars onder wie Joost van den Vondel, Jan en Philipsz Schabaelje, Joachim Oudaen, Jan Luyken, Karel van Mander, Govert Flinck en de Van Ruysdaels zijn ook rekenkundigen zoals Robbert Robbertsz le Canu en Sybrant Hansz Cardinael en natuurkundigen zoals Abraham Palingh vertegenwoordigd.

Daarnaast is er een rijke prentencollectie met portretten, historieprenten, topografische prenten en bouwtekeningen. De handschriftenafdeling bevat onder andere werken van David Joris uit de 16de eeuw, de enige overgebleven brief van Menno Simons, 18de-, 19de- en 20de-eeuwse preken, collegedictaten uit de 19de en 20de eeuw etc. Het Doopsgezind Documentatiecentrum bevat artikelen en brochures van en over de doopsgezinden, voornamelijk na 1800.

Dates

  • ca. 1500-heden

Creator

Language of Materials

Nederlands, Engels, Duits, Latijn en Frans

Conditions Governing Access

Voor raadpleging is een bezoekers- of lenerspas van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam vereist.

Conditions Governing Use

Bij raadpleging is het Reglement voor de gebruikers van de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam van toepassing. Reproductie en reproductierechtvergoedingen conform de Tarieven en Diensten Universiteit van Amsterdam.

Het materiaal in deze collectie wordt uitsluitend ter inzage gegeven.

Biographical / Historical

Ofschoon al in 1530 onder leiding van Jan Volkertsz Trypmaker in Amsterdam een bloeiende doopsgezinde gemeente was ontstaan, duurde het tot de Alteratie in 1578 voor men zonder gevaar voor eigen leven het doopsgezinde geloof openlijk kon bekennen. Vanaf dat moment kwamen er op verschillende plaatsen in de stad vermaningen (plaatsen waar men vermaand wordt of vergaderplaatsen). Rond 1600 waren er in Amsterdam ten minste twaalf verschillende gemeenten die alle een eigen richting vertegenwoordigden. Rond 1630 waren behalve de Oude Vlamingen, de Oude Friezen en de Danziger Oude Vlamingen, de meeste doopsgezinden verenigd in de Waterlandse gemeente op het Singel bij de Jan Rodenspoorttoren (de gemeente Bij den Toren) of in de Vlaamse gemeente op het Singel Bij het Lam. In de jaren 1660 scheidde een conservatievere groep van ongeveer 500 leden van deze laatste gemeente zich af. Zij vergaderden in De Zon en werden naar hun vergaderplaats Zonisten genoemd. Enkele jaren later verenigde de gemeente Bij den Toren zich met de gemeente Bij het Lam. Wel hielden beide hun eigen vergaderplaats aan.

Rond 1680 ontstond er binnen de grootstedelijke doopsgezinde gemeenten in Nederland de behoefte aan geschoolde leraren. Onder leiding van Galenus Abrahamsz de Haan werd een opleiding gestart die met zijn dood in 1706 strandde. Het duurde tot 1735 voor een Doopsgezind Seminarium werd opgericht waar in eerste instantie voor Amsterdam en vervolgens ook voor andere meer gefortuneerde gemeenten de leraren werden opgeleid. Ook de gemeente in De Zon had sinds 1753 een eigen opleiding. In 1801 verenigden beide gemeenten zich tot de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam (VDGA), nadat de overige kleinere gemeenten al in de loop van de 18de eeuw waren opgegaan in het grotere geheel. In de dure tijden van de Franse bezetting lukte het de Amsterdamse gemeente niet de opleiding, die inmiddels een landelijke uitstraling had, nog verder te financieren. Mede om die reden werd in 1811 de Algemene Doopsgezinde Sociëteit (ADS) opgericht. Deze stelde zich ten doel een gezamenlijk Doopsgezind Seminarium in stand te houden en de doopsgezinde gemeenten financieel in staat te stellen alhier opgerichte predikanten te beroepen. De bibliotheek, die vanaf 1680 door schenkingen en aankopen een grote omvang had aangenomen, bleef echter eigendom van de Amsterdamse Gemeente, die ook zorg droeg voor nieuwe aanwinsten. Na de Vereniging in 1801 werden de gebouwen De Zon en later ook Bij den Toren afgestoten. Wel zijn tot op de huidige dag het lam, de toren en de zon verenigd in de gevel van het pand Bij het Lam op de Singel 452-454. Het Doopsgezind Seminarium - onder leiding van de ADS maar met gebruikmaking van de gebouwen en de bibliotheek van de VDGA - verzorgde de opleiding in samenwerking met het Athenaeum Illustre (voor de klassieke en Semitische talen); na de oprichting van de Universiteit van Amsterdam werden de studenten tevens ingeschreven aan de theologische faculteit, waar ook doopsgezinde hoogleraren tegelijk een benoeming konden hebben. Vanaf 1907 werd de opleiding ook opengesteld voor vrouwelijke studenten. In 1968 werd besloten tot een nauwere samenwerking, met name op het gebied van onderwijs en praktische training in de theologie, met de eveneens aan de Faculteit der Theologie verbonden Lutheranen en Hervormden. Voor de confessioneel gebonden vakken bleven de Seminaria echter afzonderlijk onderwijs verzorgen. Wel werd dat jaar ook besloten de bibliotheek in bruikleen onder te brengen bij de Universiteit van Amsterdam. De Amsterdamse gemeente hield zelf via de hoogleraren, die veelal ook beroepen predikant waren, in de gemeente direct invloed op het verzamelbeleid en de aanschaf voor de bibliotheek.

Extent

ca. 250 meter

Abstract in Dutch

De collectie omvat in de eerste plaats de bibliotheek van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam (VDGA), begonnen in 1680. Deze bibliotheek werd vanaf 1735 gebruikt voor de Doopsgezinde Kweekschool. Zwaartepunten zijn geschriften van voor- en tegenstanders van het revolutionair anabaptisme, vroegreformatorische bijbels, theologische en polemische geschriften van vooraanstaande 17de-eeuwse en 18de-eeuwse leraren en werken over doopsgezinde literatoren en kunstenaars. Daarnaast is er een rijke prentencollectie. In de handschriftencollectie zijn er 16de-eeuwse tractaten van David Joris, de enige overgebleven brief van Menno Simons en 18de- tot 20de-eeuwse preken en collegedictaten. Ten slotte bevat de collectie het Doopsgezind Documentatiecentrum.

Abstract in English

This collection contains the library of the Mennonite community in Amsterdam, the 'Doopsgezinde Gemeente Amsterdam' (VDGA), which was begun in 1680. From 1735 onwards the library was used for the Mennonite seminary. The core of the collection consists of documents by advocates and opponents of revolutionary Anabaptism, early reformational bibles, theological and polemical texts by leading 17th and 18th century teachers, documents about literary Mennonites and Mennonite artists. Besides this, there is a rich collection of prints. Finally, manuscripts were collected, for instance of the 16th century David Joris, of 18th to 20th Century lecture notes and the only letter that was left of Menno Simons. The Mennonite Documentation Centre is also included in his collection.

Physical Location

Allard Pierson, Universiteit van Amsterdam

Other Finding Aids

  1. Catalogus van de Bibliotheek der Vereenigde Doopsgezinde Gemeente te Amsterdam. Amsterdam: F. Muller, 1854.
  2. Catalogus van de Bibliotheek der Vereenigde Doopsgezinde Gemeente te Amsterdam, 2 delen. Amsterdam: Roelofzen & Hubner, 1885-1888.
  3. Catalogus der werken over de Doopsgezinden en hunne geschiedenis, aanwezig in de Bibliotheek der Vereenigde Doopsgezinde Gemeente te Amsterdam. Amsterdam: J.H. de Bussy, 1919.
  4. J. Berg en M.B. Mendes da Costa. Catalogus der handschriften VII. De handschriften, krachtens bruikleencontract in de Universiteitsbibliotheek berustende. Eerste gedeelte. Amsterdam: Stadsdrukkerij, 1923. (Coll. Fontein).
  5. Hans J. Hillerbrand. Anabaptist Bibliography 1520-1630. St. Louis: Center for Reformation Research, 1991.
  6. Nelson P. Springer, A.J. Klassen. Mennonite Bibliography 1631-1961, 2 delen. Scottdale PA: Herald Press, 1977.
  7. Inventaris der Archiefstukken berustende bij de VDGA opgemaakt door J.G. de Hoop Scheffer, 2 delen. Amsterdam: Kerkeraad VDGA, 1883, Eerste stuk.

Custodial History

De geschiedenis van de Doopsgezinde Bibliotheek van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam (VDGA) begint met het legaat van de leraar en arts Johannes Reijers uit 1680 aan de Doopsgezinde Gemeente Bij het Lam en de Toren. In 1735 - bij de oprichting van de Kweekschool - werd de door schenkingen en aankopen gegroeide bibliotheek ter beschikking gesteld van het onderwijs en aangeduid als 'Bibliotheca Seminarii Teleiobaptistarum Amstelodamensium'. Het legaat van de Amsterdamse leraar Pieter Fontein (1708-1788) maakte een systematische beschrijving van de bibliotheek noodzakelijk. De vereniging van de gemeente In de Zon met de gemeente Bij het Lam en de Toren in 1801 betekende ook een samenvoeging van beide bibliotheken. In de Zon lag de basiscollectie voor de bestudering van het Nederlandse doperdom (mennonitica). Toen dit vak in 1828 in het curriculum van het Seminarium werd opgenomen, gaf dit een nieuwe richting aan het verzamelbeleid. In 1834 werd daartoe de grote collectie Nederlandse mennonitica van de bibliofiel, leraar en uitgever Marten Schagen - door hem gelegateerd aan de doopsgezinde gemeente Utrecht - aangekocht. Met name in de tweede helft van de 19de eeuw werd de bibliotheek, gestimuleerd door Samuel Muller Fzn en Jakob de Hoop Scheffer, door schenkingen en aankopen zodanig uitgebreid dat de ruimte aan het Singel te klein werd. Naar aanleiding van de overdracht van het archief aan het huidige Stadsarchief Amsterdam en van de bibliotheek aan de Universiteit van Amsterdam werden er in 1968 stukken uit het archief overgeplaatst naar de bibliotheek, met name 19de-eeuwse afschriften en werken die inhoudelijk theologisch van aard zijn.

Immediate Source of Acquisition

In 1919 werd de collectie Klassieken, waarvan de meeste afkomstig uit of aangeschaft met gelden uit het legaat Fontein, in bruikleen overgedragen aan de Universiteitsbibliotheek Amsterdam (UvA). In 1968 werden de mennonitica in strikte zin uit de bibliotheek van de VDGA overgedragen.

Appraisal

Door veranderende inzichten in het onderwijs aan het Doopsgezind Seminarium zijn in de loop der jaren collecties uit de bibliotheek verkocht of in bruikleen gegeven. Om deze reden werden circa 1830 de scheikundige instrumenten en vele boeken op het gebied van de natuurlijke historie afgestoten. In 1968 werden alle boeken die niet tot de mennonitica in strikte zin behoorden gedeselecteerd en in de periode 1970-1975 op vier veilingen bij Beijers verkocht.

Accruals

De bibliotheek van de Verenigde Amsterdamse Doopsgezinde Gemeente wordt nog steeds aangevuld met boeken, tijdschriften en handschriften die een directe verbinding hebben met de doopsgezinde leer of geschiedenis (mennonitica). Het huidige verzamelbeleid ligt duidelijk op de doopsgezinde geschiedenis en de doperse theologie, met een nadruk op Nederland, in nauw verband met het onderwijs aan het Doopsgezind Seminarium.

Existence and Location of Copies

De collectie is deels gedigitaliseerd en raadpleegbaar via de Beeldbank van het Allard Pierson.

Related Materials

De Universiteitsbibliotheek heeft zowel in de bruiklenen van de Lutheranen en Remonstranten als in de eigen collectie veel 16de- en 17de-eeuws materiaal verzameld dat direct aansluit op de collectie van de Doopsgezinde Bibliotheek.

Separated Materials

Een of meerdere handschriften zijn in het Scheepvaartmuseum Amsterdam in bruikleen ondergebracht. Het archief van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam met voorgangers uit de periode 1593-2006 is ondergebracht in het Stadsarchief Amsterdam (toegangsnummers 1120, 1120.A en 30079), evenals het archief van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit uit de periode 1825-2006 (toegangsnummer 843.A).

Bibliography

  • Huib J. Zuidervaart. 'Meest alle van best mahoniehout vervaardigd'. Het natuurfilosofische instrumentenkabinet van de Doopsgezinde Kweekschool te Amsterdam, 1761-1828. In: Gewina 29 (2006), p. 81-112.
  • Samuel Muller. Geschiedenis van het onderwijs in de theologie bij de Nederlandsche Doopsgezinden. Jaarboekje voor de Doopsgezinde Gemeenten in de Nederlanden over de jaren 1840-1850. Amsterdam, 1850, p. 67 e.v.
  • W. Kuhler. De oprichting van de Amsterdamsche kweekschool in 1735. In: Doopsgezinde Bijdragen 55 (1918), p. 43-84.
  • J. Brüsewitz. "Tot aankweek van leeraren". De predikants-opleidingen bij de doopsgezinden, ca. 1680-1811. In: Doopsgezinde Bijdragen 11 (1985), p. 11-43.
  • J.M. Welcker. Een eeuw Doopsgezinde Kweekschool, 1811-1914. In: Doopsgezinde Bijdragen 11 (1985), p. 44-86.
  • K. van der Hoek, A. Plak, P. Visser en A. Voolstra. Gedoopt. Vijf eeuwen doopsgezinden in Nederland. Amsterdam: Doopsgezinde Historische Kring, [2011].

General

Boeken en prenten kunnen worden aangevraagd met behulp van de catalogus van de Universiteit van Amsterdam.

Handschriften die zijn gecatalogiseerd in deel A van de Inventaris der Archiefstukken berustende bij de VDGA, opgemaakt door J.G. de Hoop Scheffer in 1883, kunnen online worden aangevraagd bij de collectiebeheerder.

Materiaal uit het Doopsgezind Documentatiecentrum en uit de Handschriftenafdeling met signatuur HS 65- en materiaal met signatuur Mennon. Zl. kan worden aangevraagd op de Zaal Mennonitica / Kerkelijke Collecties.

Processing Information

De eerste handgeschreven catalogus van de bibliotheek werd door de toenmalige hoogleraar Gerrit Hesselink in 1793 voltooid.

De eerste gedrukte catalogus van de bibliotheek verscheen in 1854 van de hand van Samuel Muller, die het werkelijke catalogiseren grotendeels had overgelaten aan zijn zoon Frederik Muller. In 1885-1888 werd deze catalogus vervangen door de grote tweedelige catalogus van Jakob G. de Hoop Scheffer, waarin de grote verscheidenheid van de bibliotheek het best tot zijn recht komt. In die catalogus is ook de prentencollectie beschreven.

In 1919 gaf Jan J. Boekenoogen een deelcatalogus uit die uitsluitend de geschiedenis van het doperdom en aanverwante richtingen betreft. In 1950 werd hierop een index op auteur en titel gepubliceerd door Albertina van der Laag.

De bibliografische naslagwerken van Hillerbrand (1962 en 1991) voor de periode 1520-1630 en die van Springer en Klassen voor de periode 1630-heden (2 delen, 1977) geven bij de beschreven mennonitica aan welke zich in de bibliotheek van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam bevinden.

De archivalia die naast de handschriften voor een deel in de bibliotheek werden ondergebracht, zijn in 1884-1888 apart beschreven door Jakob de Hoop Scheffer.

Title
Inventaris van de collectie van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam (ca. 1500-heden)
Author
A.P.J. Plak
Date
2011
Description rules
Describing Archives: A Content Standard
Language of description
Dutch; Flemish
Script of description
Latin
Language of description note
Nederlands

Repository Details

Part of the Allard Pierson Repository

Contact:
Oude Turfmarkt 127-129
Amsterdam 1012 GC Nederland